Logo Universiteit Utrecht

Nederlandse protestliedjes

Luisterlijsten

10 | Kritische nederpop van de late jaren tachtig tot nu

De Steile Wand, ‘Kantoorklerk’ (1983)

Op het eerste gezicht was ‘Kantoorklerk’ een weinig succesvol en weinig opmerkelijk nederpopliedje in de vroege jaren tachtig, zoals er zoveel waren in die nederpophausse. Toch is het interessant, omdat voorman Geert Timmers enkele jaren later een veel baanbrekender band zou startten: De Raggende Manne, misschien wel de meest radicale en hilarische avant-gardistische punkband van Nederland.

 

De Raggende Manne, live in 1987

Een heel vroege liveopname van De Raggende Manne uit 1987, opgenomen in de voorronde van de Grote Prijs van Nederland waar de groep onmiddellijk zou afvallen wegens te ongekunsteld. Je ziet hier goed de rauwe energie waarmee deze groep een zaal in een kwartier tijd volledig plat speelde.

 

Brigitte Kaandorp, ‘Protestlied’ (1984/1986)

Dat halverwege de jaren tachtig sommige mensen hun buik vol hadden van al te expliciet protest, blijkt uit ‘Protestlied’ van Brigitte Kaandorp. De cabaretière maakte hiermee een van de ultieme parodieën op het protestgenre, een nummer waarin alle wereldproblemen gepropt zitten om er in één keer vanaf te zijn.

 

André Hazes, ‘Jammer!’ (1989)

André Hazes ontpopte zich in de loop van de jaren tachtig tot dé vernieuwer van het levenslied in Nederland, en zijn album Dit is wat ik wil liet mooi horen waarom: omdat hij Amerikaanse tradities als country en blues zo slim een Nederlandse draai wist te geven. Het album bevatte ook deze cover van countrynummer ‘Cryin’ Time’ van Buck Owens, waarbij Hazes met een snik in zijn stem de onvermijdelijke teloorgang van de vrije natuur bezingt.

 

The Scene, ‘Iedereen is van de wereld’ (1990)

The Scene wilde met ‘Iedereen is van de wereld’ helemaal geen protestlied uitbrengen, zo legde voorman Thé Lau in 2001 in een documentaire uit. Het nummer ging eigenlijk over de volgens hem merkwaardige aanhang van de bevriende band Tröckener Kecks, allemaal eigenheimers die elkaar in één ding vonden, namelijk in hun liefde voor de Kecks. Toch zou ‘Iedereen is van de wereld’ uiteindelijk een bekend en vaak gecoverd liedje in de Nederlandse  antiracistismebeweging worden.

 

The Scene, ‘Beschaving’ (1993)

‘Beschaving’ is een van de minder bekende nummers van The Scene, afkomstig van het vrij politiek getinte album Avenue de la Scene. Het verklankt poëtisch en indrukwekkend de ontbrandende etnische burgeroorlog die in voormalig Joegoslavië gaande was. Vooral de samples aan het begin van het nummer maken dat duidelijk, want de tekst is – zoals de gewoonte was van The Scene – impliciet en subtiel.

 

Ruth Jacott, ‘Vrede’ (1993)

Met ‘Vrede’ stuurde Nederland in 1993 een opmerkelijk lied in voor het Eurovisie Songfestival: een luchtige, goed in het gehoor liggende oproep tot wereldvrede. ‘Vrede’ was geschreven door Henk Westbroek en draaide vooral om de vraag hoe het toch komt dat de mens bijna alles met technisch vernuft kan oplossen, maar dat het ‘alleen nog niet zo wil lukken om de vrede te bewaren’.

 

Marco Borsato, ‘Wie’ (1996)

‘Wie’, een liedje van Marco Borsato’s enorm goed verkopende album De waarheid, is een merkwaardige protestsong. Swingend bezingt Borsato de ondergang van de wereld, waaraan iedereen schuldig zou zijn – op een aantal sprookjeswezens na. De live-uitvoering uit 1997 in Ahoy combineerde fandom moeiteloos met politieke kritiek.

 

Krang, ‘Foei foei’ (1997)

De tegendraadse André Manuel richtte zich met dit nummer op zijn eigen manier tegen het typische jarennegentigthema zinloos geweld: vooral door moralisten belachelijk te maken die na geweldsdelicten vrede aan het prediken zijn. De conclusie is ontluisterend: ‘Love and peace and happiness / een bloempje in het haar / doe net alsof je gek bent.’

 

De Kast, ‘Zo jong’ (1998)

De Kast liet de opbrengst van het singletje ‘Zo jong’ deels ten goede komen aan het Fonds Slachtofferhulp. Het nummer, geïnspireerd door de moord op Ronald de Roos in 1993, roept medeleven op met de slachtoffers van zinloos geweld, als een kruising tussen een protestlied en een liefdadigheidsnummer. De clip is opmerkelijk: sombere zwart-witbeelden van een rouwende vrouw op straat worden afgewisseld met glamoureuze beelden van de band.

 

Vals licht, ‘Paradijs’ (1998)

Nooit kwam een Nederlandstalige jarennegentigband zo dicht bij de grunge als in een nummer als ‘Paradijs’, op het debuutalbum Lunapark van Vals Licht: een terugblik op een geschiedenis van geweld en onderdrukking. ‘Foto’s, zwart-wit, hakenkruizen / vliegtuigen, beschoten huizen / het verzet, de Hongerwinter / leer van geschiedenis.’

 

Rooie Waas, ‘Werk maakt sterk’ (2012)

De experimentele noiseband Rooie Waas betoonde zich in de 21e eeuw een erfgenaam van De Raggende Manne. Ook Rooie Waas-voorman Gijs Borstlap schrijft avant-gardistische teksten, die draaien rondom betekenisloze clichés uit de spreektaal: ‘Zit je lekker in je vel?’ of ‘Ja, dus?’ ‘Werk maakt sterk’ is een van de explicietere protestnummers van de groep. Daarin spreekt een machthebber zich op fascistisch aandoende wijze uit tegen zijn onderdanen: ‘ik bepaal jouw denkwijze / ik reduceer de wijzen / ik omhels het genieten / en jij staat klaar om te schieten.’

 

Aafke Romeijn, Versplintering op rechts (2017)

De verkiezing van Donald Trump eind 2016 tot president van de VS zorgde voor een geweldige opleving van de protestmuziek. Ook Nederland raakte door het politieke protest aangestoken in de aanloop naar de Nederlandse verkiezingen van 15 maart 2017, waarin de PVV van Geert Wilders hoge ogen leek te gaan gooien, en waarin VVD-leider Mark Rutte scoorde met de campagne dat nieuwkomers ‘normaal moesten doen of weggaan’. Aafke Romeijn reageerde op deze politieke ontwikkelingen met haar kritische EP Versplintering op rechts, waarin
ze zich in rechtse mensen probeert te verplaatsen.