Logo Universiteit Utrecht

Nederlandse protestliedjes

Top 20 van Nederlandstalige Protestalbums

7 | De Raggende Manne, Vijf sessies (1988) tot en met Zaad (1994)

Een andere aflevering van de Top 20 van Nederlandstalige Protestalbums opende ik met één van de bekendste gemeenplaatsen over de jaren negentig: het zou een ‘apolitieke oase van rust’ van geweest. Een ander cliché over dit decennium is dat het jaren waren waarin smakeloosheid en ‘foutheid’ hoogtij vierden: het was de tijd van Ome Henk en de Dikke Lul Band, van Menno Büch en de Teringtubbies, van Dingetjes ‘Sambal Bij?’ en de Vengaboys. Allemaal waar, en toch zouden deze jaren ook in cultureel opzicht best een rehabilitatie verdienen. In de muziek- en televisiecultuur van die jaren, hoe ongekunsteld en ongepolijst ook, schuilt namelijk ook een vrijheid en verbeeldingskracht waar de gladgestreken mediacultuur van vandaag de dag nog een hoop van kan leren.

Om die ontregelende, (zelf)destructieve energie van de jaren negentig te ervaren, zou je een 1 minuut en 15 seconden durend fragment uit VPRO’s Jiskefet kunnen bekijken. In een scène van de Lullo’s – de corporale studenten Van Binsbergen, Kamphuys en Kerstens die in dit humoristische tv-programma vaker terugkwamen – traden De Raggende Manne aan om een ingekorte, trommelvliesbeschadigende uitvoering van hun nummer ‘Poep in je hoofd’ ten beste te geven. ‘Zal ik jou eens effe lekker in je bek, schijten / of heb je al poep, poep in je hoofd’: zoetgevooisd is het niet wat de Manne de acteurs (en de luisteraar) toeschreeuwen. Dat past trouwens prachtig bij de van kots en dronken seks doortrokken scènes die men van de Lullo’s gewend was.

Je zou dit de definitieve toetreding van De Raggende Manne in de canon van de Nederlandse cultuur kunnen noemen, én het ultieme moment waarop twee iconen van de jaren negentig samenkwamen: een van de bepalende televisiefenomenen (Jiskefet) en een van de interessantste bands (De Raggende Manne). De Manne maakten na dit optreden nog één album (Omschudden), om daarna vóór de millenniumwisseling het bijltje erbij neer te gooien. Zanger Bob Fosko was nog bij talloze intrigerende bands en initiatieven betrokken, maar zijn grootste vondst bleef toch De Raggende Manne. Dat vond hij zelf ook: in de loop van de jaren 2010 maakte de band weer een EP en een volledig album. Ondertussen was bij Fosko slokdarmkanker vastgesteld;  de aangekondigde tournee van De Manne ging deels nog door, maar aan de activiteiten van de groep kwam begin 2020 definitief een einde toen Fosko op 64-jarige leeftijd overleed.

Zijn dood leidde tot een golf van reacties in alle media: deze zanger en acteur, die altijd balanceerde tussen cultfiguur en manusje van alles, bleek in de decennia waarin hij actief was veel harten te hebben veroverd. Die brede waardering was eigenlijk niets nieuws. De groep was anno 1996, het jaar van het Jiskefet-optreden, al jarenlang kind aan huis bij omroep VPRO: de muziek van Fosko en de zijnen paste perfect bij de identiteit die die omroep in de late jaren tachtig en vroege jaren negentig, met haar humor en antiburgerlijke karakter. Tegelijkertijd waren de Manne ook te horen en te zien bij de andere omroepen, tot het destijds als behoorlijk commercieel ervaren Veronica aan toe. Fosko en zijn mannen hadden een wonderlijk talent om geloofwaardigheid en zakelijke slimheid met elkaar te verenigen.

Wie anno 2021 de Manne wil leren kennen of wil herontdekken, doet er wat mij betreft het beste aan om in een hele reeks albums tegelijk te duiken. Vooral de eerste vijf albums vormen een unieke reeks, die zich minder gemakkelijk laat beschrijven dan ervaren. Deze platen – die stuk voor stuk pakweg een half uur duren, dus met een avondje luisteren zou je ze allemaal tot je kunnen nemen – koppelen de energie en agressiviteit van de punk aan freejazz-achtige improvisaties, komische scènes en zelfs een cover van Willeke Alberti’s ‘Telkens weer’. Ik ben talloze keren de albums langsgegaan, maar ik kon niet kiezen: terwijl ik aanvankelijk wilde kiezen voor de rauwe energie van het debuutalbum (ook het minst bekend) Vijf sessies, viel ik daarna weer voor de misschien wel meest gefocuste albums Knuppelhout (1990) en Brandende vlierbessen (1991), of wilde ik Weense pletterij (1992) en Zaad (1994) niet missen vanwege specifieke lievelingsnummers. Daarom zet ik bij wijze van uitzondering alle vijf platen van tussen 1988 en 1994 integraal op plek nummer 7 van de Top 20 van Nederlandstalige Protestalbums.

In 1988 vond acteur en zanger Geert Timmers, die op dat moment al verschillende enkele muziekprojecten erop had zitten – alleen met De Steile Wand had hij begin jaren tachtig enig succes – zichzelf opnieuw uit. Hij startte de nieuwe band De Raggende Manne en mat zich de artiestennaam Bob Fosko aan. Bij die naam hoorde een nieuwe identiteit: die van een individualist die woedend was op de wereld. Als Timmers in de gedaante van Fosko kroop, dan gingen alle remmen los: schreeuwend spoog hij zijn staccatopoëzie de wereld in. Van poëtisch aandoende teksten (‘je gaf me giftige wijn / ik weet het nog goed / je beloofde rozen / je gaf me brandnetels’) tot op het publiek afgevuurde indrukken (‘grijze koppen / grauwe longen / vette ruiten / in een rij’) en oneliners (‘Jonge, jonge, wat een strop / bijna alle regenwouden zijn op’): voor liefhebbers van eigenzinnige teksten heeft deze band meer dan genoeg te bieden.

De grote vraag is: hoort deze band thuis in een toplijst van protestalbums? Is deze muziek niet in eerste instantie humoristisch bedoeld, en doe je die humor en het speelplezier niet tekort wanneer je de woede te maatschappelijk gaat interpreteren? Dat denk ik niet. Sowieso zijn humor en protest allerminst vijanden: heel veel goede protestplaten die ik tot nog toe in deze reeks besprak, bevatten een (wrang-)humoristisch element, waaronder Robert Longs Vroeger of later, Diarree van R.K. Veulpoepers B.V. en Van kwaad tot erger van Bots. Daarnaast denk ik dat je De Raggende Manne heel goed kunt begrijpen als een echte protestgroep van de jaren negentig (en de late jaren tachtig). De crisis die in die jaren in de traditionele protestmuziek was opgetreden (ik ging er eerder op in toen ik over De Kift en The Scene schreef) zorgde ervoor dat geëngageerde makers naar nieuwe wegen op zoek gingen om hun maatschappelijk verzet vorm te geven. Moralistisch of expliciet socialistisch verwoord protest werkte volgens hen niet meer. Een band als The Scene koos ervoor om impliciete, poëtisch getinte muziek te gaan maken waarin de maatschappelijke thema’s van de tijd symbolisch aan bod kwamen. Maar van zulke ‘poëtische rookgordijnen’ – dixit Bob Fosko – moesten De Raggende Manne niets hebben. Zij kozen een ander pad: ze zogen bijna alle letterlijke politieke inhoud uit de protestliedtraditie en hielden zo liedjes over die een soort ‘absoluut verzet’ vertegenwoordigden: pure woede.

Individualistische woede ook. Heel inzichtgevend was een uitspraak van Fosko in Veronica Countdown in 1992:

Misschien zijn het een soort levensliederen, want ze gaan over de wereld van alledag. Maar ja, de levensliederen van voor de Tweede Wereldoorlog, ‘Och vaderlief toe drink niet meer’, ‘of ‘De dievenwagen’, die waren allemaal sociaal geëngageerd. En wij zijn niet zozeer sociaal geëngageerd, meer bezig met persoonlijke frustraties. Wij geven typisch een beeld van deze tijd. De ik-persoon die tegen onmacht aanloopt.

Dit drukt de muziek van de Manne perfect uit. Fosko is boos op alles en iedereen (op iedereen in zijn sociale omgeving, op ambtenaren, op mensen die het milieu vervuilen, op parkeerwachten), maar die woede vertaalt zich niet naar constructieve kritiek à la Bots, maar naar een geïndividualiseerde oerschreeuw. Ja, De Raggende Manne maakten protestmuziek maar nee, luisteraars moeten geen klassieke maatschappijkritiek verwachten van deze groep. Sterker nog: als de Manne zich érgens tegen verzetten, dan was het wel tegen keurige, moralistische, goed bedoelde kunstproducten waar geen lef in zat. Luister maar naar ‘Bloedeloos’, een van de schitterendste nummers van Brandende vlierbessen:

Het is leuk
Heel erg leuk
Aardig
Helemaal niet slecht
Daar ben je druk mee geweest, zeker hè
Druk mee geweest
Dat heb wat moeite gekost hè
Druk mee geweest
Moeite gekost
Sjonge jonge
Maar het is BLOEDELOOS!!
Het is BLOEDELOOS!!
Het is BLOEDELOOS, zo godvergeten BLOEDELOOS!!

 

Dit artikel verscheen eerder op de website Neerlandistiek.nl.