Logo Universiteit Utrecht

Nederlandse protestliedjes

Top 20 van Nederlandstalige Protestalbums

11 | Fresku, Nooit meer terug (2015)

Na Appa (plek 17 in de Top 20 van Nederlandstalige Protestalbums) en Eva van Manen (plek 13) is Fresku de derde hiphopartiest die ik bespreek ik deze reeks. Ik verklap alvast: hij zal niet de laatste zijn die ter sprake komt, want als er één genre is dat zich in de 21e eeuw als protestgenre heeft gemanifesteerd, dan is het de hiphop wel. Het genre is daarbij opvallend breed inzetbaar gebleken: het biedt aan de ene kant een stem aan een onversneden straatrapper als Appa die een rauw inkijkje geeft in straatgeweld en marginalisering, en aan de andere kant aan een verfijnde, in intersectionaliteit geïnteresseerde maker als Eva van Manen. Bij Fresku (artiestennaam van Roy Reymound) draait het om weer twee andere kwesties: om de zowel persoonlijke als structurele beperkingen waarmee je als muzikant te maken kan krijgen.

Toen Fresku in 2015 Nooit meer terug maakte, was hij al een gevestigde naam: zijn eerste albums Fresku (2010) en Maskerade (2012) waren juichend ontvangen. Het was direct duidelijk dat zijn ambities niet bescheiden waren en dat hij een nieuw, uitgesproken geluid toevoegde aan de hiphop. Weinig Nederlandse rappers vóór hem hadden zichzelf zozeer op de pijnbank gelegd als Fresku met een vroege track als ‘Twijfel’. En jezelf boven je collegarappers plaatsen is dan wel een gemeenplaats in de hiphop, maar Fresku tilde deze tactiek naar een nieuw niveau met ‘Brief aan Kees’. In dat nummer uit 2008 speelde hij zichzelf in de kijker bij Kees de Koning, baas van toonaangevend platenlabel Topnotch, als volstrekt nieuwe ster in de scene – waarna Topnotch ook daadwerkelijk zijn debuutalbum zou gaan uitbrengen.

Met ‘Twijfel’ en ‘Brief aan Kees’ waren twee van de belangrijkste pijlers in het universum van Fresku al opgebouwd. Zijn werk gaat over hoe je – als (Antilliaans-Nederlandse) man, als vader – je kwetsbaarheid kunt tonen, en het toont hoe die kwetsbaarheid voortdurend uitvergroot en gecreëerd wordt door anderen. Fresku zet zichzelf in vrijwel al zijn nummers neer als iemand die psychisch, economisch en sociaal kwetsbaar is: hij maakt zichzelf met zijn zelfbeschuldiging kapot, moet strijden voor een goed leven voor zichzelf en zijn familie, en leeft in een wereld waarin zwarte mensen als hij regelmatig uitgesloten worden. Je zou kunnen zeggen dat hij een activistische techniek die bekend is uit het feminisme – het politiek maken van schijnbaar persoonlijke kwesties – op een heel nieuwe manier heeft ingezet.

Nooit meer terug is het album waarin hij het allerbest erin geslaagd is om die persoonlijke en politieke problematiek met elkaar te verknopen. Deze cd zit strak in elkaar: hij heeft trekjes van een conceptalbum, zo nadrukkelijk verwijzen de nummers naar elkaar én naar eerdere Freskutracks. Al verliest dit lange album naar het einde toe soms iets aan spankracht, toch blijft het indrukwekkend om te zien wat Fresku aandurft en uitprobeert.

Openingsnummer ‘Nooit meer terug’ suggereert dat de door zelfhaat en onzekerheid bevangen jonge man uit oudere nummers erbovenop is gekomen. Het citeert daartoe een aantal regels uit het oudere nummer ‘Twijfel’ (‘Jongen, wanneer zet jij stappen vooruit en pak je de buit’) en laat vervolgens zien dat Fresku zijn schaapjes inmiddels op het droge heeft: ‘Niemand krijgt mij nog stuk, ik weet dat het me lukt / onderweg naar mijn geluk, nooit meer terug.’ Het voelt als een wat krachteloos begin: maar al te veel hiphopnummers draaien om dat ideaal dat je jezelf kunt maken wanneer je maar trouw blijft aan je ‘echte’ ik. In de twee nummers daarna plaatst Fresku het positieve verhaal twee keer in een volstrekt ander licht: ‘Kreeft’ zet het succesverhaal zó in de overdrive dat het ongeloofwaardig wordt, en ‘Gooi jezelf weg’ is juist een track waarin hij zichzelf kapot maakt en alle zelfvertrouwen vernietigt.

Van ‘Kreeft’ – een nummer met een prominente gastrol voor MocroManiac – is een clip gemaakt waarin de draak gestoken wordt met het misogyne, hedonistische karakter van veel rapvideo’s. We zien beide rappers zich uitleven met drank, vrouwen en vooral met het eten van kreeft: dat is in dit nummer het ironische symbool voor de luxe levensstijl die uitgedragen wordt door veel succesvolle rappers. Het nummer laat op een slimme manier zien hoe klassenbepaald én etnisch bepaald eten is: ‘Vroeger at ik vaak kip met rijst / nu ben ik vaak te vinden in het vispaleis’, rapt Fresku, waarmee hij laat zien hoe rijkdom met gentrificatie gepaard gaat. Het nummer is daarmee evenzeer een commentaar op de scene die echtheid voor bling heeft ingeruild als een sneer naar ‘witte’, elitaire consumptiepatronen.

Het volgende nummer, ‘Gooi jezelf weg’, begint met een authentiek aandoend, maar wellicht gefingeerd voicemailbericht van Kees de Koning. Die zet de rapper op zijn plaats: hij is soms maandenlang niet te bereiken, blijft zeuren over de situatie waarin hij zit, terwijl hij toch sinds zijn doorbraak een prachtig leven leidt? ‘Je moet effe jezelf misschien een keertje onder de loep nemen. Net zo kritisch als jij op andere mensen bent, misschien moet je een keertje zo kritisch zijn op jezelf.’ Dat advies neemt Fresku vervolgens al te letterlijk: het nummer bevat drie verses die alle drie beginnen met een hartgrondig ‘Fuck you Fresku!’ en die alle zekerheden uit zijn leven in twijfel trekken: hij zou persoonlijk ziek en onzeker zijn, een slechte rapper én een slechte man en vader. Zo laat deze plaat zien hoe dun het ijs is waarop Fresku schaatst: ja, hij heeft succes, maar dat succes berust gedeeltelijk op beeldvorming (zie ‘Kreeft’), en op de achtergrond zijn er steeds die stemmen van binnen en buiten die hem kapot maken.

Nooit meer terug wordt pas echt interessant wanneer die thema’s van kritiek en uitsluiting op een meer politieke manier worden ingevuld, namelijk op de nummers ‘Nooit goed’, ‘Zo doe je dat’ en de bonustrack ‘Angst’. Wie ‘Nooit goed’ luistert, hoort feitelijk weinig verrassends: Fresku en MocroManiac beweren dat ze weinig respect oogsten terwijl ze dat wel verdienen. Een platgetreden hiphoppaadje, maar de YouTube-video tilt het nummer daar ver boven uit. In die video zien we dat er op YouTube een ‘ingebedde’ clip start van het nummer ‘Nooit goed’. Wanneer MocroManiac begint te rappen, glijdt het beeld naar de comments beneden. De raptekst trekt als YouTube-comment aan het oog van de kijker voorbij, telkens becommentarieerd door hatelijke commentaren van fictieve luisteraars. Na tweeënhalve minuut verandert het scherm en is de rapvideo niet langer op YouTube ingebed, maar op een gefingeerde GeenStijl-pagina in karakteristieke stijl (een tekst van ‘Room Blank’ die dit ‘huilie huilie liedje’ maar niks vindt). Opnieuw glijdt de camera naar de ‘reaguursels’ onder de tekst, die uitgesproken racistisch zijn: ‘Flikker dan toch lekker op terug naar je apenland.’ Deze video bleek een briljante zet die door het echte GeenStijl niet te overtreffen was. Het enige dat de GeenStijl-makers konden doen – en deden – was de video embedden in een tekst die een exacte kopie was van de gefingeerde GeenStijl-tekst in het filmpje. Misschien was dit wel een impliciet eerbetoon.

‘Zo doe je dat’, het beste nummer van de plaat, ontmaskert briljant de manier waarop hiphop van niet-witte makers wordt uitgesloten van de Nederlandse radio, met toenmalige 3FM-dj Giel Beelen als voornaamste doelwit (ook witte rappers en recensent Job de Wit – zijn naam is uiteraard toepasselijk hier – krijgen een sneer). In de track spreken Fresku en Braz – die sterker leunen op Sranan en straattaaluitdrukkingen dan in de meeste Freskunummers – zwarte rappers toe: ze kunnen maar beter de hiphop verlaten, witte muziek te gaan maken en meteen hun huid te laten bleken om te ‘loekoe als een witmang’. Hoeveel hits op YouTube je immers ook haalt, ‘Buma/Stemra dat is wat je echt paidt.’ De uitsluiting van zwarte makers heeft zo bezien hele concrete economische consequenties voor makers, die vervolgens weer ontkend worden door dezelfde witte autoriteiten: ‘Spring uit die kaulo slachtofferrol!’ In een poging om die ‘witmang’ zo nabij mogelijk te komen, schminkt Fresku in de bijbehorende clip zijn huid wit en zet hij een blonde pruik op. Halverwege het nummer pakt hij een gitaar en begint hij lethargisch mee te zingen met de Engelstalige muziek van de (witte) Nederlandse rockband Go Back to the Zoo. De tekst die hij daarbij zingt is veelzeggend én dubbelzinnig: ‘I’m in a scary place, dwelling on the past again / it’s so embarrassing, to have to say, I am a slave and I am ashamed.’ Als we hem hier (vanwege zijn uitdossing) zien als een ‘witte’ maker, dan is dit een passage waarin wit Nederland de spoken van het kolonialisme op het bord krijgt gelegd. Maar de woorden resoneren ook met andere passages in Fresku’s oeuvre, onder meer in oudere nummers als ‘Slavengedrag’ en ‘Is dit alles’, waarin juist de doorwerking van de slavernij in het leven van zwarte mensen wordt uitgetekend.

‘Angst’, ten slotte, relateert het centrale thema van (zelf)kritiek en maatschappelijke uitsluiting aan nog een andere kwestie: stereotypering op basis van religieuze overtuiging. Het is een sombere track, die in de rapstijl die zo kenmerkend is voor veel Freskunummers – één vloeiende woordenstroom vol halfrijm en klankspel – een in 2015 heet hangijzer aankaart: de islamofobie die opvlamde na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo. Fresku maakt duidelijk dat hij zich als moslim uiterst kwetsbaar voelt tegen de luidruchtig uitgedragen vrijheid van meningsuiting van atheïsten. ‘Hoe enger de termen en de stempels op mensen / hoe feller het racisme, zeg me dit, hoe moet ik mezelf beschermen / mensen beseffen niet hoe erg ik vecht met mezelf / ze denken niet verder dan hun eigen perceptie en kennis / ben hier geboren, maar ben niet op m’n plek in het Westen / waar mensen vrijheid gebruiken om mensen te kwetsen.’ Nergens anders in het oeuvre van Fresku lagen persoonlijke pijn en politieke conflicten zó dicht bij elkaar.

 

Dit artikel verscheen eerder op de website Neerlandistiek.nl.